Posts Tagged ‘fotoboek haiti’

Zes maanden na de verwoestende aardbeving in Haïti trof, keert Raphael Rowe terug om te achterhalen wat er is gebeurd met de weeskinderen en verlaten kinderen.

Meer dan vierhonderdduizend kinderen wonen nu in weeshuizen. Veel zijn gered uit het puin, zijn nog niet geïdentificeerd, of zijn simpelweg in de steek gelaten door hun ouders .

BBC’s Panorama ontmoet andere kinderen die nog steeds op straat leven – kwetsbaar voor mensenhandelaren  - en vraagt zich of adoptie naar andere landen, vooral Amerika het beste antwoord is.

http://www.bbc.co.uk/programmes/b00t469s

Vorig jaar ging Patrick Lodiers voor het tv-programma ‘Patrick Ramptoerist’ naar Haïti om te kijken of er ondanks alle armoede nog wat te lachen viel. Nu keert hij terug om te kijken of de mensen die hij toen heeft leren kennen de ramp hebben overleefd voor een speciale BNN-uitzending. De is op zondag 11 april van 20.00 tot 20.30 uur te zien bij BNN op 3. Read the rest of this entry »

De Europese Unie doneert ruim 1,3 miljard dollar voor de wederopbouw van Haïti. Dat heeft EU-buitenlandchef Ashton gezegd na een vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken.

Volgende week is er in New York een internationale donorconferentie voor Haïti. In totaal is er 11,5 miljard nodig voor de wederopbouw.

De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank schold het land vandaag zo’n 500 miljoen dollar aan uitstaande leningen kwijt.

Noodfonds
De voormalige Amerikaanse presidenten George W. Bush en Bill Clinton zijn momenteel op bezoek in Haïti. Ze hebben de hoofdstad Port-au-Prince en enkele opvangkampen bezocht.

De Amerikaanse president Obama vroeg zijn voorgangers na de zware aardbeving van 12 januari een noodfonds op te richten. Het Clinton-Bush-Haïti-fonds heeft inmiddels 37 miljoen dollar ingezameld.

Bron: NOS Nieuws – EU geeft 1,3 miljard dollar aan Haïti.

Wederom heeft Haïti een lange weg van herstel te gaan. Hoe anders leek het in 1942. De kleurrijke film ‘Introduction to Haiti’ is een toeristisch uithangbord voor het eiland. Haïti, dat toen al bekend stond om zijn rampen en tragische, bloedige geschiedenis, mocht even ademhalen: er was democratie.

Het commentaar van de bekende radiospreker Milton Cross in de tien minuten durende toeristische film Introduction to Haiti windt er geen doekjes om: Haïti is een prachtig eiland met een rijke cultuur. De natuur van het Eiland der Bergen is ruig en weelderig. Cross looft de vrijheid die de burgers van Haïti genieten, terwijl we beelden zien van Haïtianen die een lokaal feest vieren.

Dat deze vrijheid van korte duur was, geeft de film enige tragiek mee. Introduction to Haïti werd in 1942 gemaakt in opdracht van het Amerikaanse Bureau voor Inter-Amerikaanse Zaken. Aanleiding was het twaalfjarig bestaan van de democratie in het land. Nog geen vier jaar later zou Haïti de eerste van twee militaire coups meemaken. Hierop volgden vanaf 1957 nog eens de bloedige regimes van president François ‘Papa doc’ Duvalier en zijn zoon, alias ‘Baby doc’.

En hoe mooi het beeld is in de film, ook deze schijn bedriegt. Zelfs ten tijde van de kortdurende periode van democratie vanaf 1930 heerste er instabiliteit. De zwarte bevolking, de elite van mulatten en de door de Amerikanen achtergelaten militaire garde probeerden allen de macht te verwerven.

Tussen alle rampspoed en terreur geeft deze film een opvallend positief beeld van het eiland. Ook opvallend zijn enkele subtiel racistische uitingen: de verteller blijkt verbaasd dat de zwarte bevolking in staat is een land mee te regeren. Let ook op beelden van het presidentiële paleis en de Notre Dame in Port-au-Prince. Beide gebouwen werden verwoest tijdens de aardbeving van januari 2010.

Bron: VPRO Welkom in het wonderschone Haïti – Nieuws – /Geschiedenis.

UPDATE BRUSSEL – In Haïti dreigt een nieuwe catastrofe. Honderdduizenden mensen zitten nog in tenten, terwijl het regen- en orkaanseizoen begint.

,,Haïti staat niet meer op de voorpagina’s, maar we zitten nog midden in de rampsituatie”, zegt onderdirecteur Hilde Frafjord Johnson van Unicef, de VN-organisatie die zich inzet voor kinderen.

In Haïti werd de hoofdstad Port-au-Prince twee maanden geleden getroffen door een zware aardbeving, die 222.500 levens kostte. Door de beving zijn nog veel kanalen en rioleringen geblokkeerd, zodat regenafvoer lastig gaat.

Ongeveer een half miljoen mensen leven nog in tenten. ,,Dan kun je voorspellen wat er gebeurt bij harde regen en orkanen. Kinderen zijn het kwetsbaarst: 40 procent van de Haïtianen zijn jonger dan vijftien jaar”, schetst Johnson, oud-minister van Ontwikkelingshulp van Noorwegen.

,,We zijn dringend op zoek naar alternatieve huisvesting buiten de steden. We zijn ook hard bezig scholen te bouwen die orkaanbestendig zijn. Huisvesting en sanitair zijn onze prioriteiten nu.”

De ramp in Haïti is volgens de Unicef-topvrouw een van de ergste die ooit heeft plaatsgevonden. Het rampgebied is arm, slecht georganiseerd en politiek wankel, terwijl de verwoesting groot is en de tijdsdruk door het regenseizoen enorm. Johnson verwacht dat de noodsituatie nog minstens een jaar duurt.

Probleem is bovendien dat de VN nog veel geld tekort komt voor de hulp, nog zo’n 500 miljoen dollar (400 miljoen euro). ,,Dat treft vooral projecten voor de wederopbouw, zoals zaden voor de landbouw en het creëren van banen voor jongeren”, aldus Johnson. Op 31 maart is er een donorconferentie die geld moet opleveren.

De Verenigde Naties werken momenteel druk aan de plaatsing van toiletten, vooral om ziekte-uitbraken te helpen voorkomen. Eind deze maand moet de helft van het getroffen gebied weer toiletten hebben. ,,Het is de eerste keer dat de VN feitelijk een rioolbedrijf runt”, zegt Johnson. Ook de verdeling van voeding en vaccinaties komt op gang.

Unicef is vooral druk bezig het onderwijs op gang te helpen. Zo zijn ruim 700.000 rugzakken met schoolmateriaal onderweg. Bijna alle scholen waren door de beving verwoest of beschadigd en worden nu snel opgeknapt. De scholen moeten op 1 april weer open zijn. (ANP/DHE)
Bron:AD Aardbeving Haïti – Regen bedreigt honderdduizenden Haïtianen

(Novum/AP) – Ze hielden de boeken bij, hadden de opleidingen genoten en wisten de computers te gebruiken. Het waren de weinige hoogopgeleiden in Haïti, een opkomende generatie van verpleegkundigen, technici, kantoorpersoneel en studenten. Maar nu zijn ze weg, op het moment dat hun land hen het hardst nodig heeft.

De verwoestende aardbeving van 12 januari sloeg vlak voor 17.00 uur toe. Veel kantoorpanden werden met de grond gelijk gemaakt, nog veel meer jonge hoogopgeleiden kwamen om het leven. Ze werden bedolven terwijl ze aan hun bureaus zaten.<!–more–>

“Het was een generatie die had besloten het land niet te verlaten. Ze hadden ervoor gekozen om voor hun land te werken”, zegt Dieusibon Pierre-Merite, een Haïtiaanse socioloog.

Bovenop dit verlies komt een toenemende braindrain. Haïtianen die de mogelijkheden en de middelen hebben, vertrekken en laten een verwoest land achter waar ruim 1,2 miljoen mensen hun huizen hebben verloren. Ze nemen het vliegtuig naar de Verenigde Staten en andere landen, omdat het leven in Haïti, altijd al een moeilijk land om een bestaan op te bouwen, onmogelijk is geworden.

Haïti heeft eerder tijden meegemaakt waarin talentvolle mensen het land verlieten, vaak op momenten van grote politieke onrust. Maar nu is het verlies aanzienlijker. De vernietiging was zo wijdverspreid en zo plotseling dat de afwezigheid van hoogopgeleiden zich waarschijnlijk nog decennia laat voelen.

Niemand weet precies hoeveel mensen zijn omgekomen en hoeveel hoogopgeleiden onder de slachtoffers zijn. De regering houdt het totale dodental op 230 duizend, maar hoe zij tot dat aantal is gekomen is nooit bekendgemaakt. In een land waar tweederde van de beroepsbevolking voor de aardbeving geen officiële baan had, en weinigen hun middelbare school afmaken, is het verlies aan de universiteiten en in het hoger opgeleide segment enorm.

Volgens Unicef heeft de helft van de Haïtianen wel eens een klaslokaal van binnen gezien en maakt slechts twee procent de middelbare school af.

Het land moet maar afwachten wie alle juristen, politici, medici, wetenschappers en ambtenaren gaan vervangen. De komende generaties hebben een steile heuvel te beklimmen. Velen wonen getraumatiseerd, dakloos en ondervoed met hun familie op straat. De scholen zijn twee maanden na de beving nog altijd gesloten.

Bron: Nieuws.nl

Beste vrienden in Nederland,

Ik ben gek. Dat zei een vriend laatst tegen me. En hij vindt mij gek omdat ik nog steeds in Haïti ben. U weet misschien dat ik een visum heb voor Amerika, dus ik zou inderdaad elk moment kunnen vertrekken. En mijn vrouw heeft het daar ook steeds vaker over. Omdat er volgens haar in Haïti geen toekomst is.

O ja, en dan mijn kinderen. Ik had van de week mijn zoontje aan de telefoon – hij is 6 – en ik vertelde hem dat zijn school waarschijnlijk weer gaat beginnen. En dat we hem dus misschien weer terug laten komen naar Port-au-Prince, samen met z’n zusje. Huilen joh. Huilen. Hij wil bij z’n tante blijven in de Dominicaanse Republiek. Snapt u met wat voor dilemma’s ik worstel?

Karl Handy (6) en Gracee Angel Hina (4)

Karl Handy (6) en Gracee Angel Hina (4)

Ja, die school dat is nog wel een verhaal apart. Ik was op een ouderavond en daar werd me verteld dat ze graag weer willen beginnen met de lessen. In tenten, op het schoolplein. Maar nu is de regering daar tegen! Want het zou niet eerlijk zijn dat sommige scholen wel en andere scholen niet open gaan. Dus zouden alle kinderen maar thuis moeten blijven. Belachelijke redenering natuurlijk en daarom wil mijn school bij wijze van protest de boel juist weer op gang brengen. Op zich ben ik het daar wel mee eens, maar ik heb ook wel zo m’n bedenkingen. Kan ik het bijvoorbeeld wel betalen? En wat als er weer aardbeving komt, dan zijn mijn kinderen overgeleverd aan de zorgen van de leerkrachten. Lastige vragen.

Elke dag kom ik langs het kantoor van de emigratiedienst. En elke dag staan daar weer meer mensen te wachten om te zien of ze een paspoort kunnen krijgen. En ondertussen ben ik samen met een vriend Alex begonnen een database aan te leggen van talentvolle jonge Haïtianen die juist hier willen blijven. Een database van gekken. Ik hoor het u denken. We hebben het plan ‘Genesis’ gedoopt en het is de bedoeling dat we ergens een plek vinden waar we elke week bij elkaar kunnen komen om samen ideeën te ontwikkelen. Het beste project willen we dan voorleggen aan een ngo die daar mee uit de voeten kan. Ik zou de overheid er eigenlijk ook wel bij willen betrekken, maar die heeft zo’n slechte staat van dienst dat ik daar nog wel een beetje over twijfel.

Ik ben trouwens gestopt met het zoeken naar een baan. Niet omdat er bijna geen werk is, want ik zou nog best aan de slag kunnen als chauffeur of vertaler, maar omdat ik liever iets voor mezelf ga doen. Iets met videoproductie. M’n oude vak dus. Dat vraagt wel kracht. Kracht dat is het magische woord in deze dagen. Kracht om door te gaan. Kracht om te leven. Kracht om hier te blijven in mijn geliefde Haïti.

Dat was het voor nu. Salut!

Bron: Weblog Haiti » Blog Archief » Weer naar school… of toch maar niet?.

De helft van de 1,3 miljoen mensen die na de aardbeving in Haïti hun huizen zijn kwijtgeraakt, heeft inmiddels een dak boven het hoofd, al dan niet provisorisch.

Dat betekent dat zo’n 650.000 Haïtianen nog steeds dakloos zijn na de beving van half januari. Dat heeft het Rode Kruis gemeld.

Het is de bedoeling dat iedereen voor mei onderdak heeft omdat dan het regenseizoen op zijn hoogtepunt is. Vanuit de hele wereld zijn tenten, zeildoek, touw en gereedschap naar Haïti gestuurd om noodbehuizing te bouwen.

Bij de aardbeving van 12 januari kwamen volgens de autoriteiten 220.000 mensen om het leven, maar volgens onderzoek van de Wereldomroep waren het er veel minder.

Bron : Radio Netherlands Worldwide.

Tent, zeil of de Haïtiaanse cel

In een politiecel zit een vrouw die haar twee dochters verloor
In een politiecel zit een vrouw die haar twee dochters verloor Foto: Hans Jaap Melissen

Door verslaggever Hans Jaap Melissen, Wereldomroep

“Heeft u misschien een tent voor mij? Eentje maar, dat zou al heel mooi zijn”, vraagt een jongeman die bivakkeert op een straat in Port-au-Prince. Hij heeft wat doeken gespannen tussen een boom en een auto, waarin ook mensen liggen te slapen. Iets verderop hebben mensen wel een tent en hebben die op een soort dertig centimeter hoog, zelfgebouwd podium gezet. De regen kan er onderdoor wegspoelen. Read the rest of this entry »

Haïti Nieuws, februari 2010

11 januari – 9 februari

De gegevens voor het Haïti Nieuws ontleen ik gewoonlijk aan Une Semaine en Haïti     (Parijs).  Op haar beurt krijgt zij die van Alterpresse (Port-au-Prince). Het gebouw waar Alterpresse gehuisvest was, is verwoest waardoor de redactie van Une Semaine en Haïti (UsH) verstoken is van haar voornaamste bron van informatie. Wanneer het wekelijkse bulletin het contact met Alterpresse kan herstellen is niet bekend.

Daarom heb ik deze keer het Haïti Nieuws samengesteld uit informatie van de Haïti Support Group (Groot-Brittannië) en de Volkskrant. Veel nieuws zal het niet zijn, het geeft wel een samenvatting van de gebeurtenissen.

Aardbeving

12 januari 17.00 uur. Een aardbeving met de kracht van 7.0 op de schaal van Richter heeft Haïti zwaar getroffen. Het epicentrum lag in Léogane, 16 km ten zuidwesten van Port-au-Prince. In de hoofdstad richtte de beving enorme verwoestingen aan. Het presidentiële paleis, regeringsgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, universiteiten, onderkomens van de internationale gemeenschap en duizenden ondeugdelijk gebouwde huizen, vooral die in de heuvels en bergen waren opgetrokken, stortten in elkaar of werden zwaar beschadigd. Wegen zijn onbegaanbaar geworden. Het was de krachtigste aardbeving in 250 jaar.

De eerste schok werd gevolgd door nog vijfentwintig andere schokken, waarvan twee met een kracht van respectievelijk 5.5 en 5.9. (Een aardbeving van 7 is tien keer zo sterk als een van 6 en honderd keer sterker dan een van 5.)

Het epicentrum had een diepte van ruim negen kilometer, wat als weinig wordt beschouwd. Hoe dieper, des te kleiner de verwoestende kracht van de aardbeving.

De helft van het hotel Christopher, het hoofdkantoor van de VN-missie (Minustah), is ingestort. Men vreest dat van de twee- tot vijfhonderd blauwhelmen die daar aanwezig waren, de meesten zijn omgekomen. Ook het hoofd van de missie, Hedi Annabi, is omgekomen. Hotel Montana, waar veel buitenlandse gasten waren ondergebracht, is volledig verwoest.

Van de kathedraal zijn het dak en de muren ingestort. Ook het historische centrum van Jacmel is zwaar getroffen.

Het aantal slachtoffers moet enorm zijn. Préval was tijdens de aardbeving niet in zijn paleis. (Haïti Support Group 13 en 14 januari 2010)

Een verslag van een ontwikkelingswerker

13 januari. We hebben veel geluk gehad. De aardbeving heeft de plaats waar ik woon gespaard. Maar als ik naar beneden rijd, komt een enorme stoet mensen me tegemoet en zie ik van Petion-Ville tot aan het centrum ongelooflijke verwoestingen. Minstens een op de drie huizen is ingestort. Port-au-Prince is een en al chaos. In de volkswijk tegenover mijn kantoor is 60% van de woningen met de grond gelijk gemaakt. Tientallen lijken liggen op straat. Nergens zie ik acties van de grote internationale organisaties of van de overheid. Mensen proberen familieleden met blote handen onder het puin vandaan te halen. Duizenden zijn op zoek naar familieleden. Overlevenden proberen gewonden naar ziekenhuizen te brengen, maar die zijn overvol of zwaar beschadigt.

Een aantal ministeries is zwaar beschadigd. Beide gebeurtenissen belemmeren ook het organiseren van de hulpverlening.

Gewapend met kapmessen slaan vooral jongeren aan het plunderen. Een van hen wordt door de politie neergeschoten.

Er is een groot tekort aan water en voedsel. Gisteren bereikte een konvooi met levensmiddelen uit de Dominicaanse Republiek de stad. Dat was alles.  (UsH 18 januari)

Minustah

15 januari: Bij de reddingswerken bij het hoofdkwartier van Minustah werden de lijken van zesendertig medewerkers gevonden. Acht mensen werden levend opgegraven, maar zeven van hen zijn er ernstig aan toe. Een bewaker kwam ongedeerd onder het puin vandaan.

Minustah is een van de grootste missies van de VN. Ze bestaat uit zevenduizend militairen en tweeduizend politiemensen, afkomstig uit eenenveertig landen. Daarnaast werken nog zevenhonderd Haïtianen voor de missie.

Al in 1993 kwamen de eerste blauwhelmen naar Haïti en bleven er tot 2000. In 2004 kwamen ze terug, nadat enkele gewapende aanhangers van de oppositie een deel van het land innamen en naar de hoofdstad dreigden op te rukken. Onder druk van Frankrijk en de VS stemde Aristide in met verbanning. De blauwhelmen bleven in het land onder de naam Minustah (Mission des Etats Unis pour la stabilisation en Haïti) om het bij te staan bij de overgang naar de democratie en bij de oprichting van een betrouwbaar politiecorps.

In de praktijk fungeren de blauwhelmen vooral als politieagenten en ordetroepen. Nu in de stad plunderaars toeslaan, is aan hun aanwezigheid meer behoefte dan ooit. (de Volkskrant 15. 01. 2010)

De eerste hulp

Tientallen vliegtuigen met noodhulp komen aan op het vliegveld. Het Rode Kruis schat het aantal doden op 45 tot 50 duizend.

De eerste van de vijfhonderd Amerikanen helpen het vliegveld te heropenen. Het Pentagon stuurt een vliegdekschip en een hospitaalschip. De soldaten moeten niet alleen hulp bieden, maar ook de wijdverspreide plunderingen tegengaan.

Tientallen landen sturen reddingsteams, artsen, voedsel, medicijnen, communicatieapparatuur en complete veldhospitalen. De hulp raakt echter zeer moeilijk ter plaatse. Zonder materiaal om de vliegtuigen te lossen ontstaat op het vliegveld een chaos, waardoor er ’s avonds geen vliegtuigen meer kunnen landen. Veel slachtoffers blijven van hulp verstoken.

Overal in de stad liggen lijken tussen het puin. Bruggen zijn ingestort. Door het puin in de haven kunnen schepen niet aanmeren. (de Volkskrant 15 januari 2010)

Uit heel de wereld is de hulp voor Haïti op gang gekomen. Tientallen landen sturen vliegtuigen met reddingswerkers en tonnen noodhulp.

Op voorstel van Frankrijk wordt de komende weken een internationale donorconferentie georganiseerd.

Donderdag is in de verwoeste hoofdstad nog niets te zien van een georganiseerde hulpactie. Overal liggen lijken, waarvan sommige naar een mortuarium of naar een geïmproviseerde begraafplaats aan de rand van de stad worden gebracht. Mensen graven met de blote hand of met voorhamers naar overlevenden. Veertig reddingsteams zijn al aan de slag, maar ze beschikken niet over graafwerktuigen.

De straten van Port-au-Prince liggen vol puin, bruggen zijn ingestort en de stroom en het telefoonnetwerk doen het amper. Gelukkig kon het vliegveld, waarvan de verkeerstoren was ingestort, snel toegankelijk worden gemaakt.

Veel overlevenden brengen de afgelopen twee nachten op straat door, en hebben al twee dagen amper gegeten of gedronken. Winkels werden massaal geplunderd. ‘Het is een logistieke nachtmerrie’, zei een VN-woordvoerder. (de Volkskrant 15 januari 2010)

Door de straten van Port-au-Prince dolen honderdduizenden Haïtianen in de brandende zon. De meesten houden een doek voor mond en neus tegen de lucht van lijken en bederf. Blauwhelmen zijn begonnen met het ophalen van stoffelijke overschotten, maar de lijkenzakken zijn op.

De internationale hulp komt traag op gang. De eerste vrachtwagens van de Verenigde Naties, geladen met voedsel, rijden door de stad, steevast gevolgd door een truck met blauwhelmen. Maar door logistieke problemen zijn de meeste Haïtianen van elke hulp verstoken.

In de stad lopen de spanningen op. Wanhoop verandert in woede. Ingestorte supermarkten zijn geplunderd, andere zijn gesloten. Jonge mannen lopen rond met vuurwapens of machetes.

Zwaar bewapende Amerikaanse soldaten staan in een wijde cirkel om de ingang van de luchthaven. In overleg met de Haïtiaanse regering hebben de Amerikanen het toezicht op het vliegveld en de haven overgenomen. In een enorme tent worden gewonden verzorgd. Daarom heen staan lange rijen containers met geneesmiddelen en medische apparatuur.

(de Volkskrant 16 januari 2010)

Hulp bereikt de hongerige Haïtianen maar mondjesmaat. Door knelpunten in de logistiek en problemen met de veiligheid komt de hulpverlening uiterst moeizaam en chaotisch op gang.

De distributie van goederen verloopt willekeurig en is volstrekt onvoldoende. Vrachtwagens lopen vast in straten die worden geblokkeerd door mensenmenigten, puin en lijken. De vrees voor plunderaars vertraagt het afleveren van water en voedsel. Overal zijn opslagplaatsen en winkels leeggeroofd. Burgers namen het recht in eigen hand en lynchten dieven.

Volgens Haïtiaanse functionarissen ligt het dodental van de beving tussen de 100.000 en 200.000. VN-chef Ban Ki-moon, die een bezoek bracht aan Port-au-Prince, sprak van de ernstigste humanitaire crisis in decennia.

Mensen ontvluchten de stad op zwaarbeladen pick-ups en vrachtwagens en zoeken hun heil in de provincie. Voor degenen die achterblijven willen de autoriteiten aan de rand van de stad tentenkampen inrichten, waar 400.000 daklozen kunnen worden ondergebracht. Tot nu toe verblijven ze in meer dan tweehonderd geïmproviseerde kampen verspreid over de stad. De autoriteiten zijn bang dat door de slechte hygiënische omstandigheden besmettelijk ziekten als diaree en luchtweginfecties zullen uitbreken

Volgens de premier Bellerive zijn er 200.000 doden, 300.000 gewonden, 1 miljoen daklozen. Van 4.000 mensen moest een van de ledematen worden geamputeerd.

Volgens de Haïtiaanse regering zijn er tot nu toe 75.000 slachtoffers begraven.

Ondanks haar slechte relatie met Haïti gedraagt de Dominicaanse Republiek zich als een goede buur. Al heel gauw werden vanuit Santo Domingo voedsel, water, medicijnen en artsen gestuurd. Haïtiaanse slachtoffers worden in Dominicaanse ziekenhuizen geopereerd en de Dominicaanse president vloog twee dagen na de aardbeving als eerste buitenlandse politicus naar Port-au-Prince, waar hij zijn hulp aanbood. Het aanbod om 800 militairen en politiemensen te sturen om de orde te handhaven en hulpkonvooien te beschermen werd echter afgewezen. Zodra het gaat om militairen en agenten, wint achterdocht het van de nood.

De Dominicaanse hulp komt net als die van de Verenigde Staten niet alleen voort uit humanitaire overwegingen. Ook de vrees te worden overspoeld door vluchtelingen speelt mee.

Haïti kan de komende maanden rekenen op minimaal 220 miljoen euro aan noodhulp van de Europese Unie. Die schat het aantal doden door de aardbeving op vijftig- tot honderdduizend.

(de Volkskrant 19, 22 en 23 januari 2010)

Begraven zonder rite

Al bijna een week lang dumpen vrachtwagens de lichamen van de slachtoffers in een gat van zes bij driehonderd meter. Een gescheurde foto van een man met snor en een zilverkleurige das; daar een verlopen Amerikaans paspoort van een kind; verderop een flard van een paarse panty waarmee nooit iemand meer verleid zal worden.

Na het verlies van familie en bezittingen volgt nog een ander verlies: de mogelijkheid de doden te identificeren en een fatsoenlijke begrafenis te geven. Begrafenisrituelen zijn de heiligste van alle ceremoniën voor de bevolking, die over het algemeen meer geld geeft aan tombes dan aan huizen. Volgens het voodoogeloof leven de doden voort en moeten families voor eeuwig in contact kunnen blijven met hun voorouders. Nu zoveel mensen niet bij hun familie kunnen worden begraven, gaan er ontelbare spirituele verbintenissen verloren. Het doet geweld aan alles wat voor deze mensen belangrijk is.

De plek van het massagraf heet Titanyen. Onder beide Duvaliers werden hier de slachtoffers van hun schrikbewind gedumpt. Voor de meeste Haïtianen is dit vervloekte grond. ‘Als je je niet goed gedraagt, eindig je in Titanyen’, zeggen ouders tegen ongehoorzame kinderen. Volgens de boeren die rond die plek hun lapje grond bewerken arriveren er elk uur zeker zes vrachtwagens met lichamen. (de Volkskrant 22 januari 2010)

De wederopbouw na de ramp

Het is nooit te vroeg om na te denken over de wederopbouw. De eerste activiteiten van donoren, regering en anderen zullen op politiek, sociaal en economisch gebied de toekomst bepalen voor generaties. Maar dat is moeilijk. Volgens Oxfam Novib leren ervaringen bij de tsunami en de aardbeving in Pakistan dat wederopbouw moeilijker is dan hulpverlening. Donoren maken meestal een onrealistisch tijdschema voor wederopbouw. De schade toegebracht aan de Haïtiaanse infrastructuur en de politiek doet vermoeden dat we moeten denken in jaren, zo niet aan decennia.

Een ramp van deze omvang is ook een politieke shock. Nieuwe politici zullen opstaan, oude zullen verdwijnen, de politiek zal veranderen. Na de aardbeving in Mexico in 1985 ontstonden spontaan zelfhulpgroepen die leidden tot onafhankelijke sociale bewegingen en uiteindelijk tot de val van Mexico’s eenpartijstaat.

Hulp is geen alternatief voor politiek. Maar de manier waarop men de heropbouw denkt vorm te geven kan pogingen om een zwakke regering te doen vallen in de kaart spelen of belemmeren.

De huidige regering lijkt bijna afwezig. Maar zoals in de natuur heeft ook de macht een ‘horror vacui’. Nieuwe krachten willen die leegte opvullen. Ze zullen het sociaal contract tussen burgers en staat belangrijker maken of radicaal in het nadeel van de burgers veranderen.

Voor de aardbeving compenseerden allerlei burgerlijke en andere organisaties (van boeren, vrouwen, mensenrechten en kerken) dikwijls het gebrek aan goed werkende overheidsinstanties. Ze worden ook nu nog buitengesloten van overleg op hoog niveau. Dat is verspilling van talent en het niet benutten van een kans om het sociaal contract en de democratie in Haïti te ondersteunen. Organisaties van het maatschappelijk middenveld, en niet ‘experts’ van buitenaf die de Haïtiaanse context niet begrijpen, moeten van het begin af aan betrokken worden bij de plannen voor de heropbouw.

Of de Haïtianen er weer bovenop komen hangt af van het werk dat ze kunnen vinden en een markt voor hun producten. Economisch herstel, gebaseerd op kostwinning van de armen (kleinschalige landbouw, bouw en informele economie), is doorslaggevend. Ervaring zoals die met tsunami leren dat geld in contanten en voor lokale voorzieningen in het algemeen meer resultaat oplevert. De getroffen bevolking verkiest geld boven goederen. Het geeft hen een gevoel van waardigheid. Ze kunnen kiezen op welke manier zij kunnen proberen hun leven weer op te bouwen.  (Haïti Support Group 29 januari 2010)

Een e-mail

Een pater die veertig jaar in Haïti werkzaam is stuurde 1 februari een bericht, waaruit een deel hier volgt. Zelf ontkwam hij ternauwernood aan de dood, toen het gebouw waar hij woont instortte.

‘Alleen al in Port-au-Prince zijn er meer dan vierhonderd geïmproviseerde tentenkampen van enkele tientallen tot duizenden mensen die allemaal dicht op elkaar liggen, in het publiek baden, hun behoeften doen, en dat zonder aangepaste voorzieningen. Er wordt gewaarschuwd voor besmettelijke ziektes, maar wat kunnen de mensen doen en waar moeten ze heen?

Tot nu toe ontbreekt het aan coördinatie en zijn er mensen die zeggen nog nooit iets ontvangen te hebben.

Gelukkig regent het nog steeds niet. Als dat erbij komt is de ramp niet te overzien.’

‘De materiële schade is enorm groot: 90% van alle scholen in Port-au-Prince is ingestort of onbruikbaar. Onze school valt onder die 90%. Bijna alle grote kerken – katholieke en protestantse – zijn onbruikbaar. Bijna alle ministeries worden ondergebracht in noodgebouwen om de trein weer langzaam op de rails te krijgen. Enorm veel middenstanders hebben hun huizen zien instorten en zijn van vandaag op morgen arm geworden, als ze de ramp al overleefd hebben.

Toch komt het openbare leven langzaam op gang. De benzinepompen en de banken die niet ingestort zijn, zijn weer open, al moet je wel veel geduld hebben om geholpen te worden. Elke dag zie je meer straathandel en ook steeds meer verkeer. Hulporganisaties van heel veel landen doen wat ze kunnen om het leed te verzachten, maar ook zij staan bijna machteloos om die gigantische massa van ongeveer­ een miljoen elke dag van water en eten te voorzien en voor hoe lang nog?

Wat je opvalt, is de kracht die het volk put uit haar geloof. Ze bidden bijna heel de dag en als er een kleine naschok komt hoor je overal: Jezu, Jezu en de armen gaan omhoog.’

Hoop

Een Haïtiaans-Amerikaanse schrijft: ‘Hoop is niet iets dat iemand dikwijls associeert met Haïti. Als antropoloog en onderzoeker van de beeldvorming van het eiland heb ik dikwijls onderzoek gedaan naar artikelen en verhalen die Haïti reduceren tot enkele simpele categorieën en die Haïtianen dehumaniseren. Ja, we kunnen het armste land van het westelijk halfrond zijn, maar er is leven, liefde en een geestkracht van een creatieve overlevingsdrang die niet te loochenen en niet te verslaan is. (….)

Ik heb kreten gehoord als waarom en waarom nu en waarom dit niet voorkomen had kunnen worden. Uitlatingen van afkeuring zijn te verklaren, maar zijn nu weinig constructief.

Sinds ons bestaan als onafhankelijke staat in de negentiende eeuw hebben wij het hoofd geboden aan allerlei hindernissen. Al eerder moesten we bouwen en weer opbouwen. Toch maak ik me zorg over Haïti’s toekomst. Op het ogenblik krijgen we hulp, reddingsoperaties van allerlei soort. Maar ik maak me zorgen over de komende weken, wanneer we niet langer nieuws zijn op de voorpagina’s. Zonder inspanning op lange termijn zullen we eenvoudigweg niet kunnen wederopbouwen. Wat zal er dan gebeuren?

De mensen die ik heb ontmoet gaven maar een antwoord toen ik vroeg waarom ze, ondanks hun persoonlijke tegenspoed, kozen voor gemeenschapsopbouw. In het Creool of in het Frans antwoordden ze: ‘C’est mon devoir’ (het is mijn plicht). Vandaag zie ik hun woorden als een teken dat er een wil is in Haïti. Wanneer men (in Haïti) bezig is met iets dat een lange adem vraagt, moet ook de internationale gemeenschap het als haar plicht zien om niet dezelfde fouten te maken als in het verleden. (Haïti Support Group, 15 januari 2010)

Red.: André de Waele   Wezenland 366  7415 JJ  Deventer   E-mail: dewacohan@12move.nl