Archive for February, 2010
Gisteren hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht besloten de opschorting van de schadebestrijding ten gevolge van de bijzondere weersomstandigheden per heden (24-02) op te heffen.
Haïti Nieuws, februari 2010
11 januari – 9 februari
De gegevens voor het Haïti Nieuws ontleen ik gewoonlijk aan Une Semaine en Haïti (Parijs). Op haar beurt krijgt zij die van Alterpresse (Port-au-Prince). Het gebouw waar Alterpresse gehuisvest was, is verwoest waardoor de redactie van Une Semaine en Haïti (UsH) verstoken is van haar voornaamste bron van informatie. Wanneer het wekelijkse bulletin het contact met Alterpresse kan herstellen is niet bekend.
Daarom heb ik deze keer het Haïti Nieuws samengesteld uit informatie van de Haïti Support Group (Groot-Brittannië) en de Volkskrant. Veel nieuws zal het niet zijn, het geeft wel een samenvatting van de gebeurtenissen.
Aardbeving
12 januari 17.00 uur. Een aardbeving met de kracht van 7.0 op de schaal van Richter heeft Haïti zwaar getroffen. Het epicentrum lag in Léogane, 16 km ten zuidwesten van Port-au-Prince. In de hoofdstad richtte de beving enorme verwoestingen aan. Het presidentiële paleis, regeringsgebouwen, scholen, ziekenhuizen, hotels, universiteiten, onderkomens van de internationale gemeenschap en duizenden ondeugdelijk gebouwde huizen, vooral die in de heuvels en bergen waren opgetrokken, stortten in elkaar of werden zwaar beschadigd. Wegen zijn onbegaanbaar geworden. Het was de krachtigste aardbeving in 250 jaar.
De eerste schok werd gevolgd door nog vijfentwintig andere schokken, waarvan twee met een kracht van respectievelijk 5.5 en 5.9. (Een aardbeving van 7 is tien keer zo sterk als een van 6 en honderd keer sterker dan een van 5.)
Het epicentrum had een diepte van ruim negen kilometer, wat als weinig wordt beschouwd. Hoe dieper, des te kleiner de verwoestende kracht van de aardbeving.
De helft van het hotel Christopher, het hoofdkantoor van de VN-missie (Minustah), is ingestort. Men vreest dat van de twee- tot vijfhonderd blauwhelmen die daar aanwezig waren, de meesten zijn omgekomen. Ook het hoofd van de missie, Hedi Annabi, is omgekomen. Hotel Montana, waar veel buitenlandse gasten waren ondergebracht, is volledig verwoest.
Van de kathedraal zijn het dak en de muren ingestort. Ook het historische centrum van Jacmel is zwaar getroffen.
Het aantal slachtoffers moet enorm zijn. Préval was tijdens de aardbeving niet in zijn paleis. (Haïti Support Group 13 en 14 januari 2010)
Een verslag van een ontwikkelingswerker
13 januari. We hebben veel geluk gehad. De aardbeving heeft de plaats waar ik woon gespaard. Maar als ik naar beneden rijd, komt een enorme stoet mensen me tegemoet en zie ik van Petion-Ville tot aan het centrum ongelooflijke verwoestingen. Minstens een op de drie huizen is ingestort. Port-au-Prince is een en al chaos. In de volkswijk tegenover mijn kantoor is 60% van de woningen met de grond gelijk gemaakt. Tientallen lijken liggen op straat. Nergens zie ik acties van de grote internationale organisaties of van de overheid. Mensen proberen familieleden met blote handen onder het puin vandaan te halen. Duizenden zijn op zoek naar familieleden. Overlevenden proberen gewonden naar ziekenhuizen te brengen, maar die zijn overvol of zwaar beschadigt.
Een aantal ministeries is zwaar beschadigd. Beide gebeurtenissen belemmeren ook het organiseren van de hulpverlening.
Gewapend met kapmessen slaan vooral jongeren aan het plunderen. Een van hen wordt door de politie neergeschoten.
Er is een groot tekort aan water en voedsel. Gisteren bereikte een konvooi met levensmiddelen uit de Dominicaanse Republiek de stad. Dat was alles. (UsH 18 januari)
Minustah
15 januari: Bij de reddingswerken bij het hoofdkwartier van Minustah werden de lijken van zesendertig medewerkers gevonden. Acht mensen werden levend opgegraven, maar zeven van hen zijn er ernstig aan toe. Een bewaker kwam ongedeerd onder het puin vandaan.
Minustah is een van de grootste missies van de VN. Ze bestaat uit zevenduizend militairen en tweeduizend politiemensen, afkomstig uit eenenveertig landen. Daarnaast werken nog zevenhonderd Haïtianen voor de missie.
Al in 1993 kwamen de eerste blauwhelmen naar Haïti en bleven er tot 2000. In 2004 kwamen ze terug, nadat enkele gewapende aanhangers van de oppositie een deel van het land innamen en naar de hoofdstad dreigden op te rukken. Onder druk van Frankrijk en de VS stemde Aristide in met verbanning. De blauwhelmen bleven in het land onder de naam Minustah (Mission des Etats Unis pour la stabilisation en Haïti) om het bij te staan bij de overgang naar de democratie en bij de oprichting van een betrouwbaar politiecorps.
In de praktijk fungeren de blauwhelmen vooral als politieagenten en ordetroepen. Nu in de stad plunderaars toeslaan, is aan hun aanwezigheid meer behoefte dan ooit. (de Volkskrant 15. 01. 2010)
De eerste hulp
Tientallen vliegtuigen met noodhulp komen aan op het vliegveld. Het Rode Kruis schat het aantal doden op 45 tot 50 duizend.
De eerste van de vijfhonderd Amerikanen helpen het vliegveld te heropenen. Het Pentagon stuurt een vliegdekschip en een hospitaalschip. De soldaten moeten niet alleen hulp bieden, maar ook de wijdverspreide plunderingen tegengaan.
Tientallen landen sturen reddingsteams, artsen, voedsel, medicijnen, communicatieapparatuur en complete veldhospitalen. De hulp raakt echter zeer moeilijk ter plaatse. Zonder materiaal om de vliegtuigen te lossen ontstaat op het vliegveld een chaos, waardoor er ’s avonds geen vliegtuigen meer kunnen landen. Veel slachtoffers blijven van hulp verstoken.
Overal in de stad liggen lijken tussen het puin. Bruggen zijn ingestort. Door het puin in de haven kunnen schepen niet aanmeren. (de Volkskrant 15 januari 2010)
Uit heel de wereld is de hulp voor Haïti op gang gekomen. Tientallen landen sturen vliegtuigen met reddingswerkers en tonnen noodhulp.
Op voorstel van Frankrijk wordt de komende weken een internationale donorconferentie georganiseerd.
Donderdag is in de verwoeste hoofdstad nog niets te zien van een georganiseerde hulpactie. Overal liggen lijken, waarvan sommige naar een mortuarium of naar een geïmproviseerde begraafplaats aan de rand van de stad worden gebracht. Mensen graven met de blote hand of met voorhamers naar overlevenden. Veertig reddingsteams zijn al aan de slag, maar ze beschikken niet over graafwerktuigen.
De straten van Port-au-Prince liggen vol puin, bruggen zijn ingestort en de stroom en het telefoonnetwerk doen het amper. Gelukkig kon het vliegveld, waarvan de verkeerstoren was ingestort, snel toegankelijk worden gemaakt.
Veel overlevenden brengen de afgelopen twee nachten op straat door, en hebben al twee dagen amper gegeten of gedronken. Winkels werden massaal geplunderd. ‘Het is een logistieke nachtmerrie’, zei een VN-woordvoerder. (de Volkskrant 15 januari 2010)
Door de straten van Port-au-Prince dolen honderdduizenden Haïtianen in de brandende zon. De meesten houden een doek voor mond en neus tegen de lucht van lijken en bederf. Blauwhelmen zijn begonnen met het ophalen van stoffelijke overschotten, maar de lijkenzakken zijn op.
De internationale hulp komt traag op gang. De eerste vrachtwagens van de Verenigde Naties, geladen met voedsel, rijden door de stad, steevast gevolgd door een truck met blauwhelmen. Maar door logistieke problemen zijn de meeste Haïtianen van elke hulp verstoken.
In de stad lopen de spanningen op. Wanhoop verandert in woede. Ingestorte supermarkten zijn geplunderd, andere zijn gesloten. Jonge mannen lopen rond met vuurwapens of machetes.
Zwaar bewapende Amerikaanse soldaten staan in een wijde cirkel om de ingang van de luchthaven. In overleg met de Haïtiaanse regering hebben de Amerikanen het toezicht op het vliegveld en de haven overgenomen. In een enorme tent worden gewonden verzorgd. Daarom heen staan lange rijen containers met geneesmiddelen en medische apparatuur.
(de Volkskrant 16 januari 2010)
Hulp bereikt de hongerige Haïtianen maar mondjesmaat. Door knelpunten in de logistiek en problemen met de veiligheid komt de hulpverlening uiterst moeizaam en chaotisch op gang.
De distributie van goederen verloopt willekeurig en is volstrekt onvoldoende. Vrachtwagens lopen vast in straten die worden geblokkeerd door mensenmenigten, puin en lijken. De vrees voor plunderaars vertraagt het afleveren van water en voedsel. Overal zijn opslagplaatsen en winkels leeggeroofd. Burgers namen het recht in eigen hand en lynchten dieven.
Volgens Haïtiaanse functionarissen ligt het dodental van de beving tussen de 100.000 en 200.000. VN-chef Ban Ki-moon, die een bezoek bracht aan Port-au-Prince, sprak van de ernstigste humanitaire crisis in decennia.
Mensen ontvluchten de stad op zwaarbeladen pick-ups en vrachtwagens en zoeken hun heil in de provincie. Voor degenen die achterblijven willen de autoriteiten aan de rand van de stad tentenkampen inrichten, waar 400.000 daklozen kunnen worden ondergebracht. Tot nu toe verblijven ze in meer dan tweehonderd geïmproviseerde kampen verspreid over de stad. De autoriteiten zijn bang dat door de slechte hygiënische omstandigheden besmettelijk ziekten als diaree en luchtweginfecties zullen uitbreken
Volgens de premier Bellerive zijn er 200.000 doden, 300.000 gewonden, 1 miljoen daklozen. Van 4.000 mensen moest een van de ledematen worden geamputeerd.
Volgens de Haïtiaanse regering zijn er tot nu toe 75.000 slachtoffers begraven.
Ondanks haar slechte relatie met Haïti gedraagt de Dominicaanse Republiek zich als een goede buur. Al heel gauw werden vanuit Santo Domingo voedsel, water, medicijnen en artsen gestuurd. Haïtiaanse slachtoffers worden in Dominicaanse ziekenhuizen geopereerd en de Dominicaanse president vloog twee dagen na de aardbeving als eerste buitenlandse politicus naar Port-au-Prince, waar hij zijn hulp aanbood. Het aanbod om 800 militairen en politiemensen te sturen om de orde te handhaven en hulpkonvooien te beschermen werd echter afgewezen. Zodra het gaat om militairen en agenten, wint achterdocht het van de nood.
De Dominicaanse hulp komt net als die van de Verenigde Staten niet alleen voort uit humanitaire overwegingen. Ook de vrees te worden overspoeld door vluchtelingen speelt mee.
Haïti kan de komende maanden rekenen op minimaal 220 miljoen euro aan noodhulp van de Europese Unie. Die schat het aantal doden door de aardbeving op vijftig- tot honderdduizend.
(de Volkskrant 19, 22 en 23 januari 2010)
Begraven zonder rite
Al bijna een week lang dumpen vrachtwagens de lichamen van de slachtoffers in een gat van zes bij driehonderd meter. Een gescheurde foto van een man met snor en een zilverkleurige das; daar een verlopen Amerikaans paspoort van een kind; verderop een flard van een paarse panty waarmee nooit iemand meer verleid zal worden.
Na het verlies van familie en bezittingen volgt nog een ander verlies: de mogelijkheid de doden te identificeren en een fatsoenlijke begrafenis te geven. Begrafenisrituelen zijn de heiligste van alle ceremoniën voor de bevolking, die over het algemeen meer geld geeft aan tombes dan aan huizen. Volgens het voodoogeloof leven de doden voort en moeten families voor eeuwig in contact kunnen blijven met hun voorouders. Nu zoveel mensen niet bij hun familie kunnen worden begraven, gaan er ontelbare spirituele verbintenissen verloren. Het doet geweld aan alles wat voor deze mensen belangrijk is.
De plek van het massagraf heet Titanyen. Onder beide Duvaliers werden hier de slachtoffers van hun schrikbewind gedumpt. Voor de meeste Haïtianen is dit vervloekte grond. ‘Als je je niet goed gedraagt, eindig je in Titanyen’, zeggen ouders tegen ongehoorzame kinderen. Volgens de boeren die rond die plek hun lapje grond bewerken arriveren er elk uur zeker zes vrachtwagens met lichamen. (de Volkskrant 22 januari 2010)
De wederopbouw na de ramp
Het is nooit te vroeg om na te denken over de wederopbouw. De eerste activiteiten van donoren, regering en anderen zullen op politiek, sociaal en economisch gebied de toekomst bepalen voor generaties. Maar dat is moeilijk. Volgens Oxfam Novib leren ervaringen bij de tsunami en de aardbeving in Pakistan dat wederopbouw moeilijker is dan hulpverlening. Donoren maken meestal een onrealistisch tijdschema voor wederopbouw. De schade toegebracht aan de Haïtiaanse infrastructuur en de politiek doet vermoeden dat we moeten denken in jaren, zo niet aan decennia.
Een ramp van deze omvang is ook een politieke shock. Nieuwe politici zullen opstaan, oude zullen verdwijnen, de politiek zal veranderen. Na de aardbeving in Mexico in 1985 ontstonden spontaan zelfhulpgroepen die leidden tot onafhankelijke sociale bewegingen en uiteindelijk tot de val van Mexico’s eenpartijstaat.
Hulp is geen alternatief voor politiek. Maar de manier waarop men de heropbouw denkt vorm te geven kan pogingen om een zwakke regering te doen vallen in de kaart spelen of belemmeren.
De huidige regering lijkt bijna afwezig. Maar zoals in de natuur heeft ook de macht een ‘horror vacui’. Nieuwe krachten willen die leegte opvullen. Ze zullen het sociaal contract tussen burgers en staat belangrijker maken of radicaal in het nadeel van de burgers veranderen.
Voor de aardbeving compenseerden allerlei burgerlijke en andere organisaties (van boeren, vrouwen, mensenrechten en kerken) dikwijls het gebrek aan goed werkende overheidsinstanties. Ze worden ook nu nog buitengesloten van overleg op hoog niveau. Dat is verspilling van talent en het niet benutten van een kans om het sociaal contract en de democratie in Haïti te ondersteunen. Organisaties van het maatschappelijk middenveld, en niet ‘experts’ van buitenaf die de Haïtiaanse context niet begrijpen, moeten van het begin af aan betrokken worden bij de plannen voor de heropbouw.
Of de Haïtianen er weer bovenop komen hangt af van het werk dat ze kunnen vinden en een markt voor hun producten. Economisch herstel, gebaseerd op kostwinning van de armen (kleinschalige landbouw, bouw en informele economie), is doorslaggevend. Ervaring zoals die met tsunami leren dat geld in contanten en voor lokale voorzieningen in het algemeen meer resultaat oplevert. De getroffen bevolking verkiest geld boven goederen. Het geeft hen een gevoel van waardigheid. Ze kunnen kiezen op welke manier zij kunnen proberen hun leven weer op te bouwen. (Haïti Support Group 29 januari 2010)
Een e-mail
Een pater die veertig jaar in Haïti werkzaam is stuurde 1 februari een bericht, waaruit een deel hier volgt. Zelf ontkwam hij ternauwernood aan de dood, toen het gebouw waar hij woont instortte.
‘Alleen al in Port-au-Prince zijn er meer dan vierhonderd geïmproviseerde tentenkampen van enkele tientallen tot duizenden mensen die allemaal dicht op elkaar liggen, in het publiek baden, hun behoeften doen, en dat zonder aangepaste voorzieningen. Er wordt gewaarschuwd voor besmettelijke ziektes, maar wat kunnen de mensen doen en waar moeten ze heen?
Tot nu toe ontbreekt het aan coördinatie en zijn er mensen die zeggen nog nooit iets ontvangen te hebben.
Gelukkig regent het nog steeds niet. Als dat erbij komt is de ramp niet te overzien.’
‘De materiële schade is enorm groot: 90% van alle scholen in Port-au-Prince is ingestort of onbruikbaar. Onze school valt onder die 90%. Bijna alle grote kerken – katholieke en protestantse – zijn onbruikbaar. Bijna alle ministeries worden ondergebracht in noodgebouwen om de trein weer langzaam op de rails te krijgen. Enorm veel middenstanders hebben hun huizen zien instorten en zijn van vandaag op morgen arm geworden, als ze de ramp al overleefd hebben.
Toch komt het openbare leven langzaam op gang. De benzinepompen en de banken die niet ingestort zijn, zijn weer open, al moet je wel veel geduld hebben om geholpen te worden. Elke dag zie je meer straathandel en ook steeds meer verkeer. Hulporganisaties van heel veel landen doen wat ze kunnen om het leed te verzachten, maar ook zij staan bijna machteloos om die gigantische massa van ongeveer een miljoen elke dag van water en eten te voorzien en voor hoe lang nog?
Wat je opvalt, is de kracht die het volk put uit haar geloof. Ze bidden bijna heel de dag en als er een kleine naschok komt hoor je overal: Jezu, Jezu en de armen gaan omhoog.’
Hoop
Een Haïtiaans-Amerikaanse schrijft: ‘Hoop is niet iets dat iemand dikwijls associeert met Haïti. Als antropoloog en onderzoeker van de beeldvorming van het eiland heb ik dikwijls onderzoek gedaan naar artikelen en verhalen die Haïti reduceren tot enkele simpele categorieën en die Haïtianen dehumaniseren. Ja, we kunnen het armste land van het westelijk halfrond zijn, maar er is leven, liefde en een geestkracht van een creatieve overlevingsdrang die niet te loochenen en niet te verslaan is. (….)
Ik heb kreten gehoord als waarom en waarom nu en waarom dit niet voorkomen had kunnen worden. Uitlatingen van afkeuring zijn te verklaren, maar zijn nu weinig constructief.
Sinds ons bestaan als onafhankelijke staat in de negentiende eeuw hebben wij het hoofd geboden aan allerlei hindernissen. Al eerder moesten we bouwen en weer opbouwen. Toch maak ik me zorg over Haïti’s toekomst. Op het ogenblik krijgen we hulp, reddingsoperaties van allerlei soort. Maar ik maak me zorgen over de komende weken, wanneer we niet langer nieuws zijn op de voorpagina’s. Zonder inspanning op lange termijn zullen we eenvoudigweg niet kunnen wederopbouwen. Wat zal er dan gebeuren?
De mensen die ik heb ontmoet gaven maar een antwoord toen ik vroeg waarom ze, ondanks hun persoonlijke tegenspoed, kozen voor gemeenschapsopbouw. In het Creool of in het Frans antwoordden ze: ‘C’est mon devoir’ (het is mijn plicht). Vandaag zie ik hun woorden als een teken dat er een wil is in Haïti. Wanneer men (in Haïti) bezig is met iets dat een lange adem vraagt, moet ook de internationale gemeenschap het als haar plicht zien om niet dezelfde fouten te maken als in het verleden. (Haïti Support Group, 15 januari 2010)
Red.: André de Waele Wezenland 366 7415 JJ Deventer E-mail: dewacohan@12move.nl
<strong>Van de NOS SITE Haïti weblog van Andy Tibert</strong>
Andy Tibert is vanaf vandaag ‘onze man in Haïti’. Elke maandagochtend praat hij ons bij over zijn pogingen om een nieuw bestaan op<span>…</span> <span>(<em>meer</em>)</span> <span>te bouwen na de verwoestende aardbeving van 12 januari. Andy is 29 jaar, getrouwd met Stéphanie en hij heeft twee kinderen. Zijn huis en zijn bedrijf is hij kwijt, maar zijn wil om verder te gaan is ongeschonden.</span>
<object classid=”clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000″ width=”352″ height=”198″ codebase=”http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0″><param name=”wmode” value=”transparent” /><param name=”allowScriptAccess” value=”always” /><param name=”allowfullscreen” value=”true” /><param name=”src” value=”http://s.nos.nl/swf/embed/nos_audio_embed.swf?tcmid=tcm-5-656454″ /><embed type=”application/x-shockwave-flash” width=”352″ height=”198″ src=”http://s.nos.nl/swf/embed/nos_audio_embed.swf?tcmid=tcm-5-656454″ allowfullscreen=”true” allowscriptaccess=”always” wmode=”transparent”></embed></object>
<h1>’Ik ben één van de gelukkigen, maar ook een pechvogel’</h1>
<!–more–>Handy Tilbert
Vijf weken na de aardbeving in Haïti hebben de meeste journalisten het land weer verlaten, maar voor de Haïtianen zelf is het verhaal nog lang niet afgelopen. Daarom houdt ‘onze man in Port-au-Prince’, Handy Tibert, de komende tijd een weblog voor ons bij.
Met de aardbeving, nu meer dan een maand geleden, ben ik mijn besef van tijd kwijtgeraakt. Ik slaap niet meer dan vier uur per dag. Ik leef van het ene moment in het andere. Ik ben continu bezig met het zoeken naar een nieuwe baan.
De journalisten die me tot nu toe aan werk hebben geholpen, zijn vertrokken. Of ze weten de weg in de stad inmiddels zo goed dat ze mij niet meer nodig hebben. Mijn hoofd zit vol met gedachten. Maar wat ik weet is dat ik leef. En dat is natuurlijk het belangrijkste.
Haïti is vervallen tot een puinhoop. En soms, als ik om me heen kijk, kan ik mezelf bijna wijsmaken dat dit een nieuwe planeet is of zo, of een stukje aarde dat nog maar net is ontdekt. Op elke straathoek wappert een andere buitenlandse vlag.
Slenteren
De grootste attractie in Haïti op dit moment is het Amerikaanse leger, de soldaten die een beetje door de straten slenteren, lol hebben met elkaar, foto’s maken van de meisjes hier. Terwijl op elk plein, in elk plantsoen mensen onder wat lakens moeten slapen, of onder een stuk karton, eindeloos wachtend op tenten, die net zo eindeloos onderweg zijn.
Twee keer leek het te gaan regenen in Port-au-Prince. Het begon zelfs al een beetje te miezeren. Motregen, als goddelijke waarschuwing voor de grote stortbui die niet ver weg kan zijn. De regen zou een ramp zijn voor al die mensen in hun tentjes.
Maar wat heb ik het over al die mensen? De afgelopen twee nachten heb ik bij m’n schoonmoeder gelogeerd. Met zeven mensen sliepen we op de binnenplaats van het huis. Onder een stuk plastic. Idiote toestanden toch, bang voor de regen en tegelijkertijd op zoek naar water.
Kindersmokkel
Maar de media hadden het niet over de regen natuurlijk. Die weidden vooral uit over die tien Amerikanen die zijn opgepakt vanwege kindersmokkel. De regering wilde duidelijk een voorbeeld stellen: zo ga je niet met onze kinderen om.
Maar een voorbeeld aan wie? En van wat? Die Amerikaanse zendelingen probeerden uitgehongerde kinderen te laten ontsnappen uit een geruïneerd Haïti. Ze hebben het natuurlijk niet handig aangepakt, maar ik geloof vast dat het uit een goed hart kwam.
Maar verder houdt die affaire me niet zo bezig. Want of die Amerikanen nou gevangen zitten of worden vrijgelaten, aan mijn situatie verandert het helemaal niets. Of die van mijn familie. Mijn vrienden, mijn landgenoten die iedere dag zitten weg te rotten in hun stinkende schuilplaatsen.
Opnieuw beginnen
Ik ben één van de gelukkigen die 1. tijdens de aardbeving geen schrammetje heeft opgelopen. 2. Die niemand uit zijn naaste familie heeft verloren. 3. Die nog enig aanzien geniet bij anderen. En die 4 5 6 7 blablabla. Tel je zegeningen Handy. Maar ik ben ook de pechvogel die met z’n goede beroepsopleiding, met z’n universitaire graad, met de eigen onderneming die ik had weer helemaal opnieuw kan beginnen.
Dit is het jaar nul in de geschiedenis van Haïti. We gaan de boel weer opbouwen. Wie dat dan moet doen, dat weten we nog niet eens. Dat kan me ook niet schelen. Ik weet alleen dat ik erbij zal zijn.
Op het moment van de aardbeving zat ik op de tweede etage van een gebouw van drie verdiepingen, en er is zelfs geen raam kapot, terwijl andere gebouwen, die onverwoestbaar leken zijn omgevallen als een kaartenhuis. Ik ben uitverkoren om nog iets te doen.
Nationale rouw
Volgende week zullen er drie dagen van gebed gehouden worden in ons land. Alle religies zullen zich verenigen, ze gaan bidden, hun opperwezen bedanken voor van alles en nog wat, in de eerste plaats voor het leven zelf. Het is een officieel decreet van de Haïtiaanse overheid.
Diezelfde overheid die na de aardbeving een maand van nationale rouw afkondigde. Daarmee alle activiteiten uitbannend die een angstig volk hadden kunnen afleiden en ontspannen. Valentijnsdag, dat was de eerste gelegenheid dat we weer konden doen alsof alles weer normaal is.
Maar het jaarlijkse carnaval (groot feest, en een optocht in carnavalscostuum, muziekgroepen, dansers op de Champs de Mars, een feest dat overheid en bedrijfsleven elk jaar twee miljoen dollar kost), dat zal deze keer zeker niet doorgaan.
Enfin, ik laat het hierbij. Ik zal buiten eens gaan kijken wat er vandaag op de straat te beleven is. Tot volgende week. Salut.
Handy Tibert
<span><a href=”http://nos.nl/artikel/136868-ik-ben-een-van-de-gelukkigen-maar-ook-een-pechvogel.html” target=”_blank”>Bron: NOS</a>
</span>

(Novum) – De benefietsingle ‘Everybody Hurts’ voor de slachtoffers in Haïti is in het Verenigd Koninkrijk binnengekomen op nummer een. De BBC schrijft dat volgens de Official UK Charts Company er in de eerste week een recordaantal van 453 duizend exemplaren is verkocht, het hoogste aantal van de afgelopen tien jaar voor een benefietsingle.
In het nummer, een cover van het lied van REM, zingen onder anderen Kylie Minogue, Leona Lewis, Susan Boyle Robbie Williams en Take That mee. De organisatie voor deze ‘Helping Haiti’-single lag in handen van de Engelse talentenjager Simon Cowell.
De opbrengsten van het nummer worden verdeeld over het Britse Disasters Emergency Committee en de Helping Haiti-campage van het Britse tabloid The Sun.
Beste kunst- en natuurliefhebber,
Bij deze willen we u graag informeren over het feit dat Galerie Woets zijn website, www.woets.nl, volledig vernieuwd heeft. Op de website zijn onder andere nieuwe werken van Horst Künne te bewonderen, zowel schilderijen alsook met olieverf beschilderde stenen. Deze laatste zijn, net als de wenskaarten en andere artikelen, te bestellen via de webshop. De webshop is een stuk overzichtelijker en gebruiksvriendelijker geworden.
via Bloomberg.com: News.
By Alex Duff and Aaron Kuriloff
Feb. 8 (Bloomberg) — Billionaires Larry Ellison and Ernesto Bertarelli have turned an America’s Cup boom into bust.
A 30-month wrangle over rules canceled a 19-team qualifying event, scared off sponsors like Banco Santander SA, UBS AG and Nestle SA and shrank the organizing budget to 8 million euros ($11.1 million) from a record 230 million euros in 2007, organizers said.
The wait continued today. The start of the best-of-three sailing regatta in Valencia, Spain, was postponed for two days because of a lack of regular wind speed today, race officials said. The event is sandwiched between the Super Bowl and the Winter Olympics in Vancouver. International interest has declined so much that organizers gave away the television rights, officials of Bertarelli’s Alinghi team said.
“This is not going to be a windfall for anyone,” Gary Jobson, the president of U.S. Sailing and the cup-winning navigator in 1977, said in an interview. “It’s going to cost them both a lot of money.”
The economic impact of the 159-year-old event, sailing’s oldest competition, is less than 10 percent of the $7 billion last time, according to Tom Cannon, a sports business professor at the U.K.’s Liverpool University. There are no infrastructure benefits and most of the about-$500 million spent will be on the two competing boats, Cannon said.
Switzerland’s Bertarelli, 44, said his team has struggled to get sponsors to replace UBS and Nestle, which used the last event to promote its Nespresso brand. The 65-year-old Ellison’s BMW-Oracle retained Bayerische Motoren Werke AG while losing backers including insurer Allianz AG.
95% Legal
“It’s a difficult sell,” Alinghi captain Brad Butterworth, 50, said in an interview. This America’s Cup is “95 percent legal, 5 percent sport.”
Bertarelli got $10 billion in the 2006 sale of family drug company Serono SA, while Ellison, chief executive officer of Oracle Corp. is worth about $22.5 billion, making him the world’s fourth-richest person according to Forbes magazine.
Bertarelli has accused Ellison of turning the event into a spending race to suit his challenge, comparing the U.S. billionaire’s tactics to “corporate raiding.”
“Larry has more money than anyone else, so why would he like a Cup that costs less,” Bertarelli said in an interview last month. “He likes a Cup that costs more.”
Oracle team CEO Russell Coutts, 47, says Alinghi consistently tried to bend the rules in its favor. Ellison didn’t respond to a request for an interview for this story.
No Challengers
“Bertarelli’s new protocol did not make commercial sense,” Coutts said. “Most corporate sponsors want the competition regulations to be stable and provide a fair format and rules for the teams.”
The billionaires’ spat has even touched on which has the better business and sailing credentials. Bertarelli was to have been Alinghi’s helmsman today, while Ellison wasn’t named among 10 sailors on the BMW-Oracle boat, according to team statements. Ellison said early today his participation depends on the weather conditions.
It’s the first time there hasn’t been a qualifying contest since 1988, ostracizing challengers from countries including South Africa, Italy and New Zealand that competed last time. The 2007 event made a profit of 66 million euros shared between 12 teams. For this year, Geneva-based Alinghi ceded management of the commercial rights to Valencia’s city hall and regional government.
“The America’s Cup has lost the sense of national importance,” Cannon said. “From being one of the four or five biggest sports events, it’s become frankly parochial.”
TV Rights
The Spanish authorities are airing the event on the Internet for the first time. The value of the media rights is limited because the event could be over in as little as three days, according to Jerome Pels, general secretary of sailing’s ruling body ISAF, which is based in Southampton, England. The last edition, including a qualifying event sponsored by luxury- goods maker LVMH Moet Hennessy Louis Vuitton SA, lasted three months. Today, a few hundred spectators were milling around the port zone, where a big screen has been set up to show the racing.
The cup dates back to 1851, when John Cox Stevens, commodore of the New York Yacht Club, challenged U.K. skippers to a race off the Isle of Wight. Cox’s boat, America, won and his club defended the trophy for 132 years until an Australian challenger snapped the streak. Alinghi became the first European winner in 2003 and defended the title successfully four years later. CNN founder Ted Turner and the Aga Khan are among previous team backers.
Legal Tussle
The legal tussle over this year’s race began when the U.S. team challenged Alinghi for naming specially formed Spanish yacht club Club Nautico Espanol de Vela to co-write the rules. BMW-Oracle won the right to become challenger and in May 2009 a judge in New York ordered a resolution with a so-called Deed of Gift match.
To be sure, it’s not the first time there has been a dispute between wealthy America’s Cup team owners. The last Deed of Gift match in 1988 between Michael Fay’s New Zealand challenger and Dennis Conner’s Stars and Stripes also descended into acrimony over boat regulations.
In 1903, U.K. tea trader Thomas Lipton began a 10-year wrangle with the New York Yacht Club over rules, only for World War I to delay the contest until 1920, according to America’s Cup historian Jacques Taglang.
“It was the same type of discussion but with more politeness,” Taglang said. “There was a lot of letter writing and chatting.”
‘Dogzilla’ Boat
The boats for this edition will be the fastest in America’s Cup history, team officials said. Oracle’s “Dogzilla” has sailed at more than 41 knots, or about 46 miles-per-hour, CEO Coutts said. The trimaran, whose 190-foot carbon-fiber foil is bigger than the wing of an Airbus A380 passenger jet, gets its nickname from the D.O.G. moniker for the Deed of Gift match.
The Alinghi catamaran, with a width similar to two tennis courts side-by-side, is more geared towards lighter winds, Coutts said. With the boats too big for most regattas and tricky to transport, Ellison and Bertarelli may not get much mileage on their investment after this week.
The Swiss team’s boat, which had to be airlifted over the Alps from its landlocked base by a Russian military helicopter, may be transported back to Lake Geneva to try and set yachting speed records, Butterworth said
“It’s not something that you just give to a yacht club or weekend sailor,” Butterworth said. “It’s pretty quick.”
To contact the reporters on this story: Alex Duff in Valencia at aduff4@bloomberg.net; Aaron Kuriloff in New York at akuriloff@bloomberg.net.
Last Updated: February 8, 2010 12:47 EST
1/2 is een nieuwe versie van het codeboek Sagitta gepubliceerd op www.douane.nl.
In het codeboek Sagitta staan alle wettelijke codes die u als onderneming nodig heeft voor het doen van aangifte bij de Douane.
Met de aangepaste codes kunnen softwareleveranciers hun aangifteprogramma’s actualiseren.
Meer informatie?
Ga naar www.douane.nl
http://www.douane.nl/codeboek_sagitta/huidig/html/wijzigingen.html
